Hoe atleten winnen: Het zit allemaal tussen de oren

We hebben het allemaal wel eens gezien, een sporter die in de laatste seconden van de race zich volledig geeft om een directe concurrent te verslaan. Nu heeft een sportwetenschapper ontdekt hoe ze dat doen.

Dr. Jo Corbett van de Universiteit van Portsmouth heeft ontdekt dat het geheim van de winnende krachtsexplosie, in de hersenen zit van de uitgeputte atleet waardoor wordt toegelaten dat anaërobe energievoorraden verder worden aangesproken.

De resultaten van het onderzoek lieten zien dat, zelfs wanneer een sporter fysiek uitgeput was, ze nog steeds vooraf opgeslagen anaërobe energie konden aanspreken. Het anaërobe energiesysteem voorziet in de energievoorziening wanneer er geen of onvoldoende zuurstof aanwezig is om een inspanning vol te houden en wordt gebruikt voor snelle korte krachtsexplosies.

Dr. Corbett, een hoofddocent in toegepaste trainingsfysiologie van de afdeling Sport and Exercise Science, voerde een studie uit om te ontdekken welke prikkels nodig zijn om een wielrenner sneller te laten gaan als ze racen tegen een concurrent.

In deze studie, gepubliceerd in Medicine & Science in Sports & Exercise, konden de sporters wanneer ze tegen een andere sporter raceten een extra energie impuls vrijmaken waardoor hun prestaties met 1,7% verbeterden. Dit lijkt misschien een kleine verbetering maar op het hoogste niveau kan dit het verschil zijn tussen winnen en niet kwalificeren.

Dr. Corbett: “De meeste sporters weten dat ze beter presteren en dieper kunnen gaan tijdens wedstrijden, maar tot nu toe wisten we niet precies waardoor. We ontdekten dat een atleet hun anaërobe energie voorraad verder kunnen uitputten als ze een tegenstander willen verslaan. Wanneer je traint, ben je geneigd om de afweging te maken hoeveel pijn je jezelf wilt doen of hoeveel ongemak je kan verdragen en is er meestal een punt waarop je begint in te houden omdat je jezelf niet meer pijn wilt doen. Maar wanneer een sporter het tegen een andere sporter moet opnemen, kunnen de hersenen van de atleet het signaal dat je  afremt manipuleren waardoor deze grens verlegd kan worden.”

De deelnemers in dit onderzoek werden geïnstrueerd om zo snel mogelijk fietsend 2000m af te leggen terwijl ze op een scherm hun positie op een virtueel parcours konden volgen. Dit hebben ze in totaal 5 keer gedaan op verschillende dagen. Bij de laatste test werd hun verteld om te racen tegen een andere fietser, waarvan de positie tegelijkertijd op het virtuele pacour te zien was. Ondanks dat ze dachten dat ze tegen iemand anders aan het racen waren, fietsten ze tegen hun eerder gezette snelste tijd.

Van de 14 deelnemers waren er 12 significant sneller in de laatste race waarin ze geloofden dat ze tegen iemand anders aan het fietsen waren. Ze eindigden met een eindsprint om de overwinning binnen te halen en de gemiddelde snelheid nam toe van gemiddeld 38,4km/h naar 39km/h. Dr Corbett: “In elke race spanden de fietsers zich in tot volledige uitputting, maar in de laatste race, waarin ze, zonder dat ze het wisten, tegen zichzelf aan het fietsen waren, konden ze nog harder fietsen. Wanneer sporters klaar zijn met een training is er dus altijd nog een gedeelte van de fysiologische energiereserves ongebruikt, maar 1 op 1 competitie zorgt er kennelijk voor dat de hersenen toelaten dat de energiereserves verder worden aangesproken.”

Bron: Medical Xpress

Referenties:

-Corbett, J., Barwood, M.J., Ouzounoglou, A., Thelwell, R. Dicks, M. Influence of Competition on Performance and Pacing During Cycling Exercise. Medicine & Science in Sports & Exercise, in druk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *