Training veroorzaakt communicatie tussen bot, vet en alvleesklier cellen

Onderzoek heeft aangetoond dat de cellen in bot, vet en de alvleesklier met elkaar communiceren en de boodschap die ze elkaar waarschijnlijk geven is: “Kom in beweging!”.

In een kleine studie van de Georgia Health Sciences University waarin obese kinderen deelnamen aan trainingsprogramma’s na schooltijd liet zien dat 12 weken intensieve training resulteerde in sterkere botten, verhoogde insulinegevoeligheid (waardoor ze minder risico op diabetes type 2 hebben) en minder visceraal vet, het beruchte buikvet.

Het liet ook zien dat de bloedwaarden van het hormoon osteocalcine, dat aangemaakt wordt door bot producerende osteoblasten, mogelijk een goede indicator is voor hoe het op deze gebieden gaat zegt Dr. Norman Pollock, bioloog die onderzoek doet naar botweefsel van het GHSU’s Georgia Prevention Institute.

Pollock’s bevindingen zijn de eerste aanwijzing dat er communicatie tussen deze verschillende cellen bestaat in mensen. Dr. Gerard Karsenty, leverde het eerste bewijs dat dit mogelijk was in dieren. In die studies, verbeterde de insuline gevoeligheid, verminderde het buikvet en nam de botdichtheid toe bij de dieren die osteocalcine toegediend kregen. Osteocalcine concentraties werden eerst alleen geassocieerd met de groei van botweefsel.

Het onderzoek leverde Pollock een American Society for Bone and Mineral Research Young Investigator Award op. Hij presenteert zijn bevindingen tijdens de jaarlijkse bijeenkomst in september in San Diego.

Er waren eerdere aanwijzingen van de communicatie tussen deze weefsels in mensen: mensen met diabetes breken meer botten; mensen met meer visceraal vet lopen meer risico op diabetes; en botcellen hebben insulinereceptoren. Wanneer men Pollock vraagt waarom een botcel een insulinereceptor heeft antwoordt hij dat het een vraag is die velen op dit moment proberen te beantwoorden in soortgelijke studies.

“Het idee is dat botten mogelijk reageren op prikkels van buitenaf zoals fysieke training of een sedentaire leefstijl en daardoor energieregulatie bepalen.” We zien dat botten groter en sterker worden als gevolg van training en ze delen het goede nieuws. “Wanneer osteocalcine vrijkomt in het bloed, werkt dat in op de adipocyten, de cellen waarin vet wordt opgeslagen, en de cellen van de alvleesklier die insuline afgeven om de stofwisseling te beïnvloeden.” Bot onderzoekers als Pollock geloofden tot nu toe dat botten alleen maar luisterden naar de signalen maar niet dat ze ook signalen terug konden geven.

Zijn studie onderzocht kinderen die inactief waren, of 20 of 40 minuten per dag trainden. De osteocalcine niveaus werden gemeten aan het begin en het einde van de 12 weken durende periode. Daarbij werden standaard metingen zoals een glucose tolerantie test voor insulinegevoeligheid uitgevoerd. Ze vonden een consistente dosis-respons relatie, wat betekend dat kinderen die het meeste trainden, de grootste botvorming hadden, de grootste toename in insulinegevoeligheid en de grootste afname in visceraal- en lichaamsvet.

Pollock, merkt op dat bot- en vetcellen een gemeenschappelijke oorsprong hebben: ze zijn beide afkomstig van mesnchym cellen. “Het is mogelijk dat de leefstijl in de vroege jeugdjaren veranderingen kan veroorzaken in lichaamssamenstelling en ze vatbaar maakt voor een leven met obesitas. Als ouders moeten we ervoor zorgen dat onze kinderen een evenwicht vinden tussen ‘scherm-tijd’ en fysieke activiteit.”

Bron: Medical Xpress

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *